Via VVPRbis kunnen uit de winstverdeling van het tweede boekjaar na het boekjaar van de oprichting van de vennootschap (of kapitaalverhoging), dividenden uitgekeerd worden met de toepassing van een verlaagd tarief van de roerende voorheffing. Maar niet alle vennootschappen kunnen gebruik maken van VVPRbis. Enkel vennootschappen opgericht na 1 juli 2013 (of vennootschappen die sindsdien nieuwe aandelen hebben uitgegeven voor een kapitaalverhoging of verhoging van inbreng), komen mogelijks (gedeeltelijk) in aanmerking.
Dividenden van aandelen die voldoen aan de voorwaarden van het VVPRbis-regime genoten in de initiële regeling de volgende tarieven van roerende voorheffing:
- 30% bij uitkering van winsten over het boekjaar van oprichting (of van kapitaalverhoging) en over het daaropvolgende boekjaar
- 20% bij uitkering van winsten over het tweede boekjaar na dat van de oprichting (of kapitaalverhoging)
- 15% bij uitkering van winsten over het derde boekjaar na dat van de oprichting (of kapitaalverhoging) en over alle daaropvolgende boekjaren
De Programmawet van 18 juli 2025 schafte het tarief van 20% af voor aandelen die werden uitgegeven na 31 december 2025.
Volgens de Programmawet van 30 mei 2026 stijgt het gunsttarief van 15% naar 18% voor dividenduitkeringen vanaf 1 juli 2026.
Samengevat genieten dividenden van kwalificerende aandelen die werden uitgegeven voor 1 januari 2026 dus de volgende tarieven van roerende voorheffing:
- 30% bij uitkering van winsten over het boekjaar van oprichting (of kapitaalverhoging) en over het daaropvolgende boekjaar
- 20% bij uitkering van winsten over het tweede boekjaar na het boekjaar van de oprichting (of kapitaalverhoging)
- 18% bij uitkering van winsten over het derde boekjaar na het boekjaar van de oprichting (of kapitaalverhoging) en over alle daaropvolgende boekjaren.
Voor dividenduitkeringen die plaatsvinden voor 1 juli 2026 is het 15%-tarief nog van toepassing.
Voor dividenden van kwalificerende aandelen die werden uitgegeven vanaf 1 januari 2026 zijn dit de tarieven van roerende voorheffing:
- 30% bij uitkering van winsten over het boekjaar van oprichting (of kapitaalverhoging) en over de 2 daaropvolgende boekjaren
- 18% bij uitkering van winsten over het derde boekjaar na het boekjaar van de oprichting (of kapitaalverhoging) en over alle volgende boekjaren
Het kan dus aanlokkelijk of zelfs aangewezen zijn om nog voor 1 juli 2026 een VVPRbis-dividend uit te keren aan 15% roerende voorheffing.
Bij de (versnelde) uitkering van een dividend moet men zich los van de tariefverhoging, ook een aantal andere vragen stellen zoals:
- Is er nood aan middelen in het privaat vermogen?
- Kwalificeert de vennootschap als een “familiale vennootschap” (die aan een vlak tarief van 3% kan vererfd worden)?
- Heeft de uitkering impact op de mogelijke toepassing van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting?
We raden aan om het mogelijk tariefvoordeel bij een versnelde uitkering niet enkel in ‘procenten’, maar ook in ‘centen’ uit te drukken, en dat voordeel af te wegen tegen de mogelijke andere gevolgen van een beslissing. Uiteraard zal de vennootschap ook de correcte vennootschapsrechtelijke procedure moeten volgen (algemene vergadering, bijzondere algemene vergadering, netto-actieftest, liquiditeitstest, …).