Wanneer een particulier een meerwaarde realiseert bij de verkoop van aandelen, stelt zich in eerste instantie steeds de vraag of de transacties kaderen binnen het ‘normaal beheer van een privaat vermogen’. ‘Normaal beheer’ wordt daarbij klassiek omschreven als ‘daden die een voorzichtig en redelijk persoon verricht voor het dagelijkse beheer, maar ook met het oog op het winstgevend maken, de tegeldemaking en de wederbelegging van bestanddelen van zijn vermogen’.
Criteria die in de rechtspraak worden gehanteerd om te oordelen of de realisatie van een meerwaarde tot het normaal beheer van een privévermogen behoort, zijn onder meer het bedrag van de behaalde meerwaarde, de korte tijdspanne waarbinnen de aandelen werden gekocht en verkocht, de intentie om op korte termijn aanzienlijke winsten te maken (speculatie), de wijze van financiering en eventuele borgstelling, de aanwezigheid van economische motieven, de redenen om tot verkoop over te gaan, de financiële draagkracht van de kopende vennootschap, …
Als transacties niet binnen dat kader van normaal beheer vallen (en er dus sprake is van ‘abnormaal beheer’), wordt de gerealiseerde meerwaarde als een divers inkomen beschouwd, dat onderhevig is aan een tarief van 33% (+ aanvullende gemeentebelasting). De belastbare meerwaarde wordt in dergelijk geval berekend als het positieve verschil tussen de ontvangen prijs en de prijs waartegen de aandeelhouder (of zijn rechtsvoorganger) deze aandelen onder bezwarende titel heeft verkregen (eventueel gerevaloriseerd). De vraag of een transactie al dan niet kadert binnen normaal beheer is uiteraard een feitenkwestie, waarover finaal enkel een rechter kan beslissen.
Meerwaarden gerealiseerd door een natuurlijk persoon bij de verkoop van aandelen aan een andere door hem opgerichte of (rechtstreeks of onrechtstreeks) gecontroleerde vennootschap (holding) werden door de fiscus in het verleden doorgaans betwist: dergelijke ‘interne meerwaarde’ zou volgens hen niet kaderen binnen het normaal beheer van een privévermogen. Het oordeel over het normaal karakter kan echter enkel door de feitenrechter worden gemaakt, en de rechtspraak is hierover minder eensluidend.
Het begrip ‘abnormaal beheer’ en de mogelijke herkwalificatie van een meerwaarde in een divers inkomen blijft ook na de invoering van de huidige meerwaardebelasting op financiële activa bestaan, en belastbaarheid van deze meerwaarde als een divers inkomen blijft dus mogelijk.
De nu ingevoerde meerwaardebelasting geldt enkel in het geval de transacties binnen het normaal beheer van een privévermogen vallen en niet kaderen binnen een beroepswerkzaamheid.